Waarom zien de Dolomieten er anders uit dan de rest van de Alpen?
Wie in de Alpen wandelt, ziet vaak brede bergruggen, groene alpenweiden en besneeuwde toppen. Loop je in de Dolomieten, dan sta je ineens tussen bleke torens, scherpe pieken en loodrechte wanden. Het voelt als een ander gebergte, en geologisch klopt dat ook een beetje. Als de rest van de Alpen een gezellige huiskamer is, dan zijn de Dolomieten de kathedraal.
Ander gesteente
In grote delen van de centrale Alpen vind je hard kristallijn gesteente zoals graniet en gneis. De Dolomieten bestaan grotendeels uit dolomiet: een carbonaatgesteente waarin calcium deels is vervangen door magnesium. Het lijkt op kalksteen, maar het is geen kalksteen. Ook aan de andere kant van de Alpen, bij de Zugspitze, staat kalksteen uit dezelfde geologische tijd (het Trias). Daar vertel ik in een andere blog meer over.
Een ander verleden: tropische zee én vulkanen
De Dolomieten liggen in de Zuidelijke Alpen en vormden ooit de rand van het continent Adria, aan de Tethys-oceaan. Meer dan 200 miljoen jaar geleden groeiden daar riffen en kalkrijke platforms, sommige als losstaande 'eilanden' met steile flanken. Daar tussenin was het niet altijd rustig: in het Trias was er ook vulkanische activiteit. Bij Predazzo en Monzoni vind je nog resten van gesteente dat toen is ontstaan, en de oude vulkaan Col Quaternà is zelfs van het Perm, nog ouder dan de riffen.
Waren de Dolomieten er eerder dan de rest van de Alpen?
Het korte antwoord: het gesteente wel, het gebergte niet. Het dolomiet werd meer dan 200 miljoen jaar geleden afgezet. Het gebergte zoals wij het kennen is veel jonger. Het ontstond samen met de rest van de Alpen, toen de Adriatische plaat tegen Europa aan werd geduwd, met een eerste vervorming in het Eoceen en een latere fase in het Neogeen. Bovendien zit er elders in de Alpen ook gesteente dat nog ouder is.
Een bijzonder detail: de Dolomieten zijn relatief mild vervormd. Daardoor zijn de oorspronkelijke lagen en rifstructuren nog goed te lezen. Zoals in de wanden van de Tre Cime, waar je de horizontale afzettingslagen gewoon kunt zien.

De Tre Cime di Lavaredo. Kijk naar de fijne horizontale streepjes: dat zijn de oorspronkelijke lagen.
Waarom zijn ze zo puntig?
Dolomiet is hard en massief, maar het ligt op en tussen zachtere lagen, zoals kleirijke gesteentes. Die zachte lagen verweren snel en vormen zachte, groene hellingen. Denk aan de weiden van de Alpe di Siusi. De harde dolomietwanden blijven staan en worden door vorst, water en zwaartekracht verder gebeeldhouwd tot torens, naalden en muren. Dat geeft het contrast dat je overal in de Dolomieten ziet: groen aan de voet, bleek gesteente erboven.
Een lichte berg met een rode gloed
Dolomiet is van zichzelf licht van kleur. Bij zonsopgang en zonsondergang kleurt het roze tot oranje, de enrosadira. Niet voor niets staan de Dolomieten sinds 2009 op de UNESCO-Werelderfgoedlijst.
Wat komt er nog meer?
Dit is het eerste deel van mijn Dolomieten-serie. Wil je meteen de bergen in? Loop dan mee in mijn wandeling van Val Fiscalina naar de Tre Cime: 20 kilometer over een oud koraalrif. Binnenkort neem ik je ook mee naar onder andere de Alpe di Siusi, de Croda Rossa, Lago di Sorapis, Lago di Braies, de Marmolada, de Seceda en meer. Elke plek met zijn eigen gesteente, zijn eigen verhaal en natuurlijk foto's.