Van Val Fiscalina naar de Tre Cime: 20 kilometer wandelen over een oud koraalrif
Ik ben dol op stenen, maar minstens zo dol op bergen. Al jaren kom ik in de Italiaanse Dolomieten en ook dit jaar was ik er weer, acht dagen lang. Een van de mooiste (en zwaarste) dagen was de tocht vanuit Val Fiscalina (Fischleintal) naar de Tre Cime di Lavaredo. Ik begon rond een uur of 8 's ochtends vanaf de parkeerplaats in Val Fiscalina. Het rondje was 20 kilometer heen en terug, met om en nabij 1.300 hoogtemeters omhoog. En omdat er ook nog een terugweg was: 1.300 hoogtemeters omlaag.

Het sprookjesbos aan het begin. Nog fris, nog fit, nog vol goede moed.
Zelfde dag, ander plan
Toevallig werd diezelfde dag de Südtirol Drei Zinnen Alpine Run gehouden, een bergloop die elk jaar in Sexten plaatsvindt: ruim 17 kilometer, zo'n 1.350 hoogtemeters en maximaal 1.000 deelnemers, met de finish bij de Tre Cime. Rennen is niet mijn ding. Wandelen wel. Dus besloot ik dezelfde route te lopen, maar dan in een tempo waarbij je nog foto's kunt maken. De lopers starten in het dorp Sexten, ik pas bij de parkeerplaats in Val Fiscalina, dus ik had een flinke voorsprong. Het werd een prachtige, maar ook zware ervaring.
Van Sneeuwwitje naar Mordor
De eerste kilometers lopen door sprookjesachtig bos, tussen lariksen, mos en zonnestralen. Je verwacht half en half dat er een hert met een strikje tevoorschijn komt. Maar hoger, boven de boomgrens, verandert alles. De bomen verdwijnen, de kleuren worden grijs en je loopt over uitgestrekte steenvlaktes. Op een gegeven moment had ik het gevoel dat ik ineens in Mordor was beland. Ik hield mijn ogen open voor een vurig oog op een toren, maar gelukkig zag ik alleen rots. En ik hoefde geen ring in een vulkaan te gooien: alleen mezelf de laatste helling op te slepen.
Mijn voorsprong bleek van korte duur. Terwijl ik zelf stond te puffen en nog aan de hoogtemeters probeerde te wennen, werd ik ingehaald door zwaar afgetrainde topsporters die omhoog renden alsof het een vlak fietspad was. Ze groetten vriendelijk. Ik antwoordde met iets tussen een groet en een zucht. Ik heb kort overwogen hun tempo te volgen. Heel kort.

Zo ziet 'omhoog rennen' eruit. Ik zag vooral hun hielen.
Hutje na hutje, tot aan het hoogste punt
Vanaf de parkeerplaats loop je eerst het dal in, langs de hutten aan het einde van Val Fiscalina, waaronder de Talschlusshütte (Rifugio Fondovalle). Daarna volgen haarspeldbochten omhoog naar de Zsigmondy-Comicihut en verder naar de Büllelejochhütte op 2.528 meter, het hoogste punt van de route. Daar ben ik even gaan zitten om wat te drinken. Het uitzicht was prachtig, de drinkpauze nog mooier. Op het bord bij de hut stond een deadline van 13:00 uur. Die gold voor de lopers, niet voor mij. Vanaf hier loopt het pad langs de voet van de Paterno, boven de Bödenseen, richting de Locatellihut bij de Tre Cime.

Drinkpauze bij de Büllelejochhütte, tussen de lopers van de Alpine Run. Zij hadden een startnummer, ik had dorst.
Waarom heet dolomiet dolomiet?
De Dolomieten zijn genoemd naar het gesteente, niet andersom. De Franse geoloog Déodat de Dolomieu verzamelde het gesteente in het Adigedal. In 1792 gaf Nicolas de Saussure het de naam dolomie, naar hem. Een gesteente op je naam: daar kan geen enkele wandelaar met een blaar op zijn hiel tegenop. Chemisch gezien lijkt dolomiet op kalksteen, maar het bevat naast calcium ook magnesium. Benieuwd waarom de Dolomieten er zo anders uitzien dan de rest van de Alpen? Dat lees je in het eerste deel van deze serie.
Een rif dat een berg werd
Meer dan 200 miljoen jaar geleden, in het Trias, lag hier een warme, ondiepe tropische zee. Daarin groeiden riffen van koralen en sponzen, met lagunes ertussen. Je loopt dus letterlijk over een oude zeebodem, alleen zonder snorkel en met een stuk minder tropische temperaturen. Later werd het gesteente door de vorming van de Alpen duizenden meters omhoog geduwd.
Kijk op de foto's naar de fijne horizontale strepen in de rotswanden. Dat zijn de oorspronkelijke afzettingslagen. De Tre Cime bestaan uit netjes gelaagd dolomiet uit het Boven-Trias, de zogeheten Dolomia Principale.
Puin aan de voet van de wanden
De lichtgrijze hellingen onder de rotswanden zijn puinhellingen (in het Italiaans ghiaioni). Water sijpelt in scheurtjes, bevriest, zet uit en breekt de rots stukje bij beetje af. Dat puin blijft onderaan liggen. De berg brokkelt dus langzaam af. Klinkt dramatisch, maar het gaat gelukkig in het tempo van eeuwen.

Zoek de wandelaars op het pad. Ze zijn kleiner dan de gemiddelde bergmarmot.
Croda Rossa: één berg, meerdere soorten dolomiet
Langs de route zie je veel toppen, waaronder de Croda Rossa di Sesto (2.965 m, in het Duits de Sextner Rotwand). Daar heb ik zelf ook al gelopen. Deze berg bestaat niet uit één laag: er zitten meerdere dolomietformaties in, van verschillende leeftijd en samenstelling. Daarom zie je onderweg zoveel variatie in kleur en structuur.

Blij, bezweet en nog net niet flauwgevallen.
Aankomst bij de Tre Cime
En dan, na uren klimmen, sta je oog in oog met de Tre Cime: Cima Piccola (2.857 m), Cima Grande (2.999 m) en Cima Ovest (2.973 m). Tot 1919 liep hier de grens tussen Italië en Oostenrijk-Hongarije, en sinds 2009 staan de Dolomieten op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Omlaag gaat overigens sneller dan omhoog. Je knieën hebben daar een andere mening over.

De Tre Cime di Lavaredo. Elke pijn was ineens vergeten.
Bij de Tre Cime staat ook het podium van de Alpine Run. Ik heb niet gerend, dus een medaille zat er niet in. Maar na 20 kilometer en 1.300 hoogtemeters vind ik dat ik hem dik verdiend heb. Dus stapte ik zelf maar op het podium. Voor de echte medaille moet ik nog even wachten. Of mijn glimlach telt ook mee.

Geen medaille, want niet gerend. Wel dik verdiend.
Een tip voor als je ooit gaat: kom rond zonsopgang of zonsondergang. Dan kleurt het lichte gesteente roze en oranje. Dat verschijnsel heet enrosadira.
Waarom ik hier zo van hou
Elke steen die ik uitzoek voor Wildroots heeft een eigen geschiedenis. In de Dolomieten kun je zo'n geschiedenis letterlijk beklimmen.